Voorpublicaties
In de aanloop naar de publicatie van het boek presenteerden wij verschillende voorpublicaties. Deze zijn hier te lezen.
Deze voorpublicatie is van Lana Gevers. Lana schreef met humor en overtuigingskracht over de slechthorendheid die zij al van jongs af aan kent; een van de symptomen die bij het syndroom van Turner hoort. Ze hoopt dat zij door het delen van haar verhaal lezers met vergelijkbare problematiek nieuwe ideeën kan geven, en dat zij zich misschien minder alleen voelen. Zelf heeft ze een favoriet hulpmiddel dat op vier poten door het huis rent, liefst bij haar op bed slaapt, en gek is op waterflesjes. In deze fijne blog stelt Lana haar graag aan ons voor.
********
Bubba
Zoals beloofd vertel ik u graag meer over mijn favoriete onderwerp; mijn favoriete hulp op pootjes. Naast alle technische snufjes vertrouw ik namelijk blindelings op mijn beste maatje en hulphond Bubba. In 2016 kwam ze bij mij wonen, een Cairn terriër van acht weken oud.
Ik volgde met haar wekelijks trouw alle puppycursussen bij een mevrouw die toevallig ook directrice was van een hulphonden stichting. Ze was gespecialiseerd in het opleiden van eigen honden tot hulphonden, voor dove en slechthorenden mensen.
Nou red ik me met gehoorapparaten goed, maar zoals eerder gezegd blijven drukke omgevingen voor mij toch een uitdaging. Samen met het stukje extra veiligheidsgevoel in de avonden, is dit dus de reden waarom een hulphond uitkomst kan bieden. Na verschillende gesprekken met de trainster werd duidelijk dat Bubba dit misschien kon worden.
Een aantal weken later bezocht de trainster ons huis. Bubba legde een test af om te onderzoeken of ze geschikt zou zijn als hulphond. Gelukkig kwam ze glansrijk door deze test heen! Zo startte de reis om Bubba op te leiden tot een ‘signaalhond,’ samen met de trainster. Met de nodige horten en stoten doorliepen we samen dit traject en; we hebben het gehaald! Bubba is inmiddels zes jaar oud en is al bijna vijf jaar officieel mijn hulphond.
Maar vergis u niet: hoe goed ze ook luistert en hoe graag ze ook ‘werkt,’ ze is nog altijd een kei in het slopen van speeltjes en het stelen van, én wegrennen met, waterflesjes. Ze laat het duidelijk weten als ze het ergens niet mee eens is (lees: ze is soms stront eigenwijs) en mevrouw is behoorlijk beledigd als ze niet op bed mag slapen. Maar ik zou het niet anders willen.
Nu vraagt u zich misschien af hoe Bubba me helpt. Dit doet ze onder andere bij geluiden waarvan ik op de hoogte moet zijn. Zo springt ze tegen me op wanneer de deurbel gaat, mijn telefoon rinkelt, iemand mijn naam roept of als ik mijn sleutel of portemonnee laat vallen. Vervolgens vraag ik: “Waar?” en dan leidt ze me naar de bron van het geluid toe. Dit is heel belangrijk voor me. Soms hoor ik namelijk wel iets maar kan dit geluid vervolgens niet lokaliseren. Zo liet ik in de supermarkt mijn portemonnee vallen zonder dat ik het in de gaten had. Gelukkig signaleerde Bubba dit en kon ik gewoon netjes mijn boodschappen afrekenen. Ook slaap ik sinds de komst van Bubba veel rustiger, omdat ik weet dat ze het laat weten wanneer er iets gebeurt.
Verder laat ze met lichaamstaal zien als er iemand achter me loopt of fietst. Ze kijkt dan achterom en vervolgens naar mij. Als ik hier niet op reageer dan blijft ze dit doen. Soms stopt ze zelfs en blijft ze stilstaan totdat ik de voetganger of fietser opmerk. Dit laatste deed ze altijd al en heb ik dus niet hoeven trainen. Vaak maken signaalhonden hun baasjes ook wakker wanneer de wekker gaat. Ook Bubba kan dit, maar door de komst van de flits en tril wekker hoeft dit niet meer.
Het is mooi en bijzonder hoe door de jaren heen onze samenwerking zo groeide, dat we aan bepaalde gedragingen of ‘blikken’ al genoeg hebben om elkaar te begrijpen en helpen.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Met grote trots publiceerden wij de eerste voorpublicatie uit het boek, geschreven door Gerjanne Sessink. Gerjanne schreef een indrukwekkend verhaal over haar pestverleden. Tijdens haar reis naar Santiago de Compostela gaf zij dit verleden letterlijk en figuurlijk een plek , bij het Cruz de Ferro. In dit fragment neemt ze ons mee terug naar de tijd dat ze in groep 6 zat, bij een meester die haar onzekerheid alleen maar verergerde.
********
Groep 6, 1990
‘Ik zal het laten zien aan de hand van een experiment,’ begint de meester.
Groep 6a kwam heel rumoerig binnen na de pauze en toen eindelijk iedereen stil was begonnen we met rekenen. Ik staar voor me uit naar het bord.
Hij legt het uit. ‘Ik schrijf van iedereen op het bord hoeveel uur per dag je televisie kijkt. Dat tellen we bij elkaar op en dat delen we door het aantal kinderen in de klas. Dan heb je het gemiddelde.’
Als ik aan de beurt ben voel ik een knoop in mijn maag. Zo snel als ik kan probeer ik te tellen. Rekenen is nog steeds niet mijn sterkste kant.
‘Eh… Ik denk dat ik ongeveer twee uur per dag televisie kijk,’ zeg ik aarzelend.
‘Weet je het zeker?’ Meester kijkt me aan met een blik waar ik heel onzeker van word.
‘Ja. Nou, soms in het weekend iets meer, maar door de week alleen na het avondeten.’
‘Ik denk dat jij wel meer televisie kijkt.’
Iedereen kijkt me afwachtend aan. Ik begin te twijfelen. Het is waar, toch? Waarom gelooft hij me niet?
Omdat je zo dik bent, klinkt een stemmetje in mijn hoofd.
Voordat ik kan reageren schrijft meester het al op het bord, ‘Vooruit dan, twee uur. Maar ik geloof er niets van.’ Om mij heen klinkt gegiechel en ik voel mijn wangen gloeien. Ik ben blij dat ik aan het werk kan.
Gerjanne Sessink